Gedicht: Spiegel

"Wat zou jij doen als je het een jaar voor het zeggen had in de wereld?" Deze vraag stelde Marnix Kluiters aan mij in zijn Ecosofie podcast. Ik antwoordde erop met een gedicht.

Hieronder kun je het volledige gedicht lezen.

Spiegel

Wat zou ik doen

Als ik door een vreemde speling van het lot

- door een loterij, misschien

Alle macht van de wereld had?

Zou ik iets veranderen

En wat zou dat dan zijn?

 

Ik kroop uit mijn schuilplaats

Waar ik heel comfortabel niemand hoefde te zijn

Waar ik leefde in een wereld

Waarin mijn fouten vederlicht waren

Omdat hun reikwijdte 

Slechts reikte tot aan de overkant.

 

Maar de vraag had mijn handen zwaar gemaakt

Er was iets met goud en iets met licht

En ik dacht aan al die zaken van vergeten onrecht 

En ik dacht aan boos en aan weggeslikt verdriet.

 

Ik dacht aan donkerpoelige kinderogen

Ik dacht aan de blik van de laatste bij.

Ik dacht aan wegkwijnende bomen

En ik dacht aan dromen en rokende puinhopen

De toekomst ver voorbij.

 

En ik zwaaide met mijn denkbeeldige staf

En met mijn macht maaide ik alles en iedereen

In de wereld omver die ik in mijn pijn

Tot schuldige had gemaakt.

 

Het werd stil

En ik keek in mijn spiegel.

Daar was ze:

Dictator Angela de eerste

Met roet en zwaveldampen omhuld.

 

Alle macht van de wereld was nog maar net

In mijn pasgeboren handen 

En in fractie een seconde was ik uitgegroeid

Tot de slechtste versie van mijzelf.

 

Ja, ook dát was in mij.

Dat was de eerste les.

 

Het vertrouwen in mijzelf was vervlogen

En ik dacht dat ik mijn macht toch maar misschien

Zou moeten toevertrouwen aan iemand

Die wijzer en nederiger was dan ik.

 

Ik vroeg aan de mier wat zij zou doen

Als zij alle macht had om iets goeds te doen

In de oude, trouwe wereld.

En toen vroeg ik het aan de boom

En daarna aan de wind.

Ik vroeg het aan de wijsheid

Aan de hoop, de liefde en de tijd.

Ik vroeg het aan de hond en zijn bot,

En tenslotte vroeg ik het

- Met grote schroom

Toch ook maar even aan de eeuwige God.

 

Al hun woorden waren wijs

Maar het probleem was

Dat aan mij de macht was toebedeeld

Een macht die ik niet zomaar even

Kon uitbesteden, omdat ik geschrokken was

Van mijn eigen feilbaarheid.

 

En toen leerde ik mijn tweede les:

Dat de vraag niet zozeer was wat ik zou doen

Met mijn onbeperkte macht

Maar dat de vraag was

- Mocht ik almachtig zijn

Wie ik zou dienen te zijn.

 

Ik keek in mijn spiegel

De zwaveldampen waren gelukkig opgelost.

Ik zag mijn rimpels

En het oude trekken rond mijn mond.

Ik zag de zachtheid van

Kwetsbare mensenhuid.

 

Na een poosje durfde ik ook

Mijn eigen ogen aan te zien

En ik viel, in de ziel van de mensheid.

 

Ik viel in het wezen van de vrijheid

Die niet negatief is. Een vrijheid die zegt:

Ik weet wat ik niet wil, en ik schop

Als een puber tegen alles wat me niet zint.

Nee: echte vrijheid is positief.

Zij heeft geen einder en is onbegrensd

Zij vraagt van ons om te geloven 

In onze eigen dromen, maar ook om te omarmen

Dat wij niet alles kunnen weten

Dat wij niet weten wat het goede is voor al wat is.

 

En toen leerde ik mijn derde les:

Dat vrijheid zwaar op de schouders drukt.

Dat vrijheid vraagt om verantwoordelijkheid

En om een bereidheid om te accepteren

Dat je zeer waarschijnlijk een miskleun zult slaan

Omdat je niet kunt voorzien

Wat het kleine teweeg zal brengen

In het grote dat het leven is.

 

Ik leerde dat macht vraagt om tegenmacht

En ik leerde de allermoeilijkste les:

Dat je zal moeten leren vertrouwen

Op de mens. Dat er iets goeds is 

In de ander, die is zoals jij

En dat je zal moeten leren vertrouwen

Dat er iets van dat goede

Misschien, heel misschien

Ook schuilt in jezelf.

 

In de verte

Knikte de eeuwige God.

Ik riep nog: 

Ik weet niet eens of ik eigenlijk wel in u geloof!

Maar dat maakte de eeuwige God niet uit.

 

En dus trok ik mijn zware mantel aan

Mijn mantel van vrijheid en verantwoordelijkheid

En ik zei ja, tegen de mogelijkheid

Dat ik de wereld zeer waarschijnlijk tekort zou doen.

 

Er was liefde in mij,

En ergens op de achtergrond knikte de mier

En de wijze oude boom in het bos.


Er was stilte in mij,

De al te makkelijke pijn en luie tegendraadsheid 

Voor even in de coulissen verdwenen.

 

En ik sprak met mezelf af dat ik,

Als ik dan toch een jaar lang mocht regeren,

Toch op zijn minst elke dag even

Bij de stilte op bezoek zou moeten gaan

Opdat ik geen speelbal zou worden

Van het vele dat in de wereld aan de hand is.

 

Ik keek in de spiegel.

En begon.

 

De titel van mijn regeerprogramma zou zijn: balans.

Ik zou niet gaan schermen

Met al die dingen die we niet meer mogen

Maar koersen op de zoektocht naar een betere balans  

Met respect voor de grenzen van mensen, dieren en de aarde.

 

Ik zou het akkoord van Parijs nieuw leven inblazen

En de Sustainable Development Goals weer centraal stellen.

 

Ik zou een sloper zijn, hoewel dat helemaal niet bij mij past.

Ik zou alle dossiers, die hopeloos vastzitten, openbreken.

Ik zou niet gaan polderen, maar mijn macht gebruiken

Om beweging te creëren.

Ik zou een bedding proberen te vormen 

Voor de golf aan boosheid en verlies

En in de avond berustend naar mijn safe house gaan.

 

Maar ik zou ook luisteren naar mijn hart

Naar wat zacht is in mij.

Ik zou kijken naar de toekomst, naar brede welvaart

Naar een wereld waarin het goed toeven is voor iedereen.

En ik zou een vierde macht in het leven roepen

In alle landen. Een agenderende macht

Met de macht om te bepalen

Waar de machtigen het over moeten hebben.

Een agenderende macht

Die wordt gevormd door wat kwetsbaar is

En wat niet zomaar maakbaar is:

Kwetsbare mensen, dieren en natuur

Geluk en liefde, vrede en welzijn.

Om daarmee de balans in macht te herstellen.

 

En ik zou proberen om een verhaal te vertellen

Een verhaal over onze tijd, die gekke tussenin-tijd

Waarin we leven. Het ondertussen

Waarin het soms zo onzeker voelt

Maar waarin ook magie gebeurt

En de mens, heel soms, en heel even,

In alle schoonheid zichtbaar wordt.

 

Dat zou ik doen, daarmee zou ik beginnen.

En ik zou iets met schoonheid wensen.

Iets met een hart vol vleugels.

Ik zou alle spindoctors ontslaan.

Ik zou een dichter in dienst nemen,

En iemand met een harp of een hoorn.

 

En ik zou elke dag met een kind gaan praten

En vragen: wat zou jij in de wereld veranderen

Als je het voor het zeggen had?

 

En als ik dan ’s avonds weer thuis zou komen

Na weer een lange regeringsdag

Dan zou ik door mijn tuin lopen en door mijn hurken zakken 

En aan de mier vragen hoe het met haar gaat.

 

- Angela Stoof
24 februari 2026