Mijn verhaal

Wat drijft mij om te doen wat ik doe? Waar ben ik vandaan gekomen? En hoe is mijn boek ontstaan? Daarover vertel ik in het onderstaande verhaal.

Het begin

Mijn belangstelling voor maatschappelijke transities en systeemverandering begon in 2018. Ik had op dat moment 15 jaar gewerkt in het hoger onderwijs als onderzoeker, docent, beleidsmedewerker, onderwijsontwikkelaar, adviseur en projectleider. 

Het was een rijke periode, maar in die jaren zag ik echter ook iets anders. Het viel me op dat veel mensen - waaronder ikzelf – moeite hadden om te functioneren in instellingen voor hoger onderwijs. Ook viel het me op dat er een tendens was om deze moeite toe te schrijven aan individuele tekortkomingen van professionals.

In de loop der jaren besefte ik steeds meer: er is niks mis met professionals, er is iets mis met de manier waarop we in de hele breedte van onze samenleving organisaties hebben ingericht. Niet alleen in het onderwijs, maar ook in de zorg, bij de overheid en in het bedrijfsleven.


Dat was het moment waarop ik systeemvragen begon te stellen. Ik vroeg me af: als mensen dingen zeggen als ‘ik loop vast in de kleilaag van het systeem’ of ‘we hebben systemen belangrijker gemaakt dan mensen’, wat bedoelen ze dan precies? Wat is dat voor een systeem, hoe ziet het eruit, hoe kunnen we het leren herkennen, hoe kunnen we erover leren denken en er met elkaar over leren praten? En vooral: hoe kunnen we ervoor zorgen dat dit systeem verandert en dat organisaties plekken worden waar mensen kunnen floreren?

Systeemintelligentie

Deze systeemvragen waren het begin van een lange ontdekkingsreis, die voortduurt tot op de dag van vandaag.

Ik stopte met mijn baan en besloot me te wijden aan het milder en menselijker maken van organisaties. Want het probleem ging me aan het hart. Er ging iets mis, op een structurele manier, en veel mensen leden daaronder.
Ik interviewde talloze professionals uit uiteenlopende sectoren om te achterhalen waar ze precies tegenaan liepen. Ik ging lezen: boeken over bedrijfskunde, management, systeemleer, sociologie, antropologie. Ik leerde een taal voor de fenomenen die ik op werkvloeren tegenkwam en ontwikkelde ideeën over hoe het anders, beter en menselijker kon.

 

In 2021 richtte ik mijn eigen bedrijf op: De Milde Organisatie. Ik sprak met bestuurders en consultants, ging professionals coachen en ontwikkelde een vierdaags geaccrediteerd professionaliseringstraject, getiteld Systeemsensitief werken. Ik had me gerealiseerd: voor psychologen, geestelijk verzorgers en coaches is het belangrijk dat zij een systeemperspectief ontwikkelen en leren hoe ze mensen die vastlopen in een werksituatie gerichter kunnen begeleiden. Vaak zijn de psychische, emotionele en existentiële problemen van professionals simpelweg een gezonde reactie op een ongezonde situatie. Het is dus niet zozeer zaak om professionals op te lappen, maar om ongezonde systemen te veranderen. [1]
Wat vooral nodig is, is dat professionals op de werkvloer systeemintelligentie ontwikkelen. [2] Dit stelt hen in staat om te beseffen: dat ik vastloop ligt niet aan mij, maar aan het systeem. Ik zie bij hen vaak zoveel schaamte. Professionals denken bijvoorbeeld: "Mijn burn-out, depressie en morele stress zijn een gevolg van het feit dat ik niet stressbestendig of vitaal genoeg ben, omdat ik te gevoelig ben, of omdat ik niet in staat ben om een goede balans tussen werk en privé te bewaren". Ze gaan eindeloos aan zichzelf sleutelen, in allerlei trainingen en coachingstrajecten, maar ondertussen passen ze zich vooral aan aan een ongezond systeem en houden daarmee het bestaande systeem in stand. [3]

Ik ontdekte dat ik niet de enige was die tot deze conclusie kwam. Ik leerde veel van de Vlaamse klinisch psycholoog Paul Verhaeghe, die meerdere messcherpe boeken geschreven heeft over de veranderde samenleving en de gevolgen daarvan voor de menselijke psyche. [4] Maar ik kwam ook psychologen, geestelijk verzorgers en coaches tegen die in toenemende mate morele vragen begonnen te stellen als: zou het zo kunnen zijn dat ik, met de manier waarop ik mensen begeleid, de ongezonde systemen in organisaties bekrachtig? [5]

Grenzen van mensen, dieren en de aarde

Maar daar stopte het niet bij. Het begon me op te vallen dat ‘het systeem’ niet alleen verband hield met ongezonde werksituaties, maar met een heel scala aan urgente maatschappelijke crises: de zorgcrisis, onderwijscrisis, klimaatcrisis, ecologische crisis, stikstofcrisis, huizencrisis, democratische crisis, enzovoort. Ik realiseerde me dat ‘het systeem’ niet alleen grenzen van mensen overschrijdt, maar ook die van dieren (in de bio-industrie) en die van de aarde (de zogenaamde planetaire grenzen). [6]

 

Een belangrijk boek was voor mij Omarm de chaos van de internationaal bekende systeemdenker Jan Rotmans [7]. Hij bevestigde mijn vermoedens: de grote maatschappelijke crises van onze tijd houden verband met elkaar. Het zijn geen afzonderlijke problemen, maar uitingen van een dieperliggend systeemprobleem. In het verlengde daarvan vinden grote maatschappelijke transities plaats: fundamentele veranderingen in de systemen die ten grondslag liggen aan onze samenleving. Zoals Rotmans zegt: we leven niet in een tijdperk van verandering, maar in een verandering van tijdperk.

Ik vond dit een lastig inzicht. Ik vroeg me af: hoe zit die onderliggende samenhang in elkaar? Hoe ziet het dieperliggende systeemvraagstuk eruit? Wat betekent dit in de praktijk, bijvoorbeeld wanneer we aan de slag gaan met een afgebakend duurzaamheidsvraagstuk, de aanpak van het vastgelopen zorgsysteem of het hardnekkige probleem van prestatiedruk onder studenten en jongeren? Is het nodig dat we wat verder, dieper, breder, holistischer kijken, om tot wezenlijke verandering te komen? En wat betekent dit eigenlijk voor mijn bedrijf? Blijf ik me nog steeds focussen op het milder en menselijker maken van organisaties, of ga ik mijn blikveld verbreden?

Ook voelde ik me in toenemende mate geraakt door het wijdverbreide gebrek aan handelingsperspectief. Ik zag hoe met name de jongere generaties aan het worstelen waren: is er nog wel hoop? Zijn we niet te laat, vooral met betrekking tot het klimaat? Kunnen we straks nog wel een huis vinden en een gezin stichten? Hoe kunnen we omgaan met  onze boosheid en wanhoop, omdat onze stem telkens niet wordt gehoord? Wat kunnen we concreet doen aan alle grote problemen, en is ons handelen dan niet een druppel op de gloeiende plaat?
Maar ook bij ouders, grootouders, docenten, ambtenaren, bestuurders, politici, boeren, activisten en vele groepen meer kwam ik een gebrek aan een handelingsperspectief tegen.
Ik zag een zo'n grote behoefte aan agency: het vermogen om controle uit te oefenen over het eigen leven en de eigen leefomstandigheden. [8] Maar vooral zag ik een immense behoefte aan hoop temidden van alle crisistaal en onzekerheid.

Nataliteit

In 2022 kreeg ik de kans om een korte artikelenreeks te schrijven voor Volzin magazine. Ik kreeg de ruimte: ik mocht zelf bedenken hoe ik deze artikelen in zou willen vullen.
Uiteindelijk stelde ik voor om mensen te gaan interviewen die zich inzetten voor maatschappelijke transities: pioniers, inspirators, activisten en systeemveranderaars. Mijn gedachte was: dit zijn de mensen die mij in ieder geval hoop geven. Hoop had voor mij niets te maken met het vinden van bepaalde oplossingen, maar met het feit dat ik steeds meer mensen zag die in beweging begonnen te komen. Ik dacht: dit zijn de mensen van wie we heel veel kunnen leren, niet omdat zij precies het juiste doen, maar omdat zij in zichzelf de ruimte, moed en inspiratie vinden om hun steentje willen bijdragen.

Voor mij begint hoop dus waar mensen in beweging komen, op hun eigen unieke manier. Van de filosofe Hannah Arendt leerde ik dat er een woord bestaat voor dit handelen van de mens: nataliteit. [9] 
Inmiddels is dit uitgegroeid tot een kernconcept in mijn benadering. Dit betekent onder meer dat voor mij de uniciteit van mensen een uitgangspunt is in mijn werk. Dit is een heel ander uitgangspunt dan dat van bijvoorbeeld gedragspsychologen die op zoek zijn naar interventies waardoor mensen meer klimaatbewust gedrag ontwikkelen. Mij gaat het niet om gedragsverandering, maar om het toerusten van mensen. Het gaat mij om de individuele zoektocht van mensen naar de manier waarop zij zelf en samen met anderen verschil kunnen maken, en daarbij in verbinding kunnen staan met wie ze zijn en waar ze voor staan. 

Voor Volzin interviewde ik uiteindelijk tiny house-pionier Marjolein Jonker [10], landbouwarchitect Eveline de Kock [11], en componist Merlijn Twaalfhoven [12]. Ik genoot van deze interviews en had het gevoel dat deze interviews belangrijk waren. Er kwamen zoveel verschillende aspecten langs, die allemaal te maken hadden met maatschappelijke transities en systeemverandering. Ook kwam er zoveel hoop en perspectief langs, met zoveel aanwijzingen en voorbeelden van dingen die we heel concreet kunnen doen in deze tijd.

Maar vooral gebeurde er iets waar ik nog steeds niet goed woorden aan kan geven. Ik had het gevoel dat er in deze interviews (en meer in het algemeen bij mensen die zich inzetten voor een mooiere wereld) iets heel bijzonders aan het licht kwam: namelijk wat het betekent om mens te zijn. Juist te midden van de grote crises en uitdagingen van onze tijd komen mensen in al hun schoonheid aan het licht. Dat is heel belangrijk, omdat de grote systeemcrisis onder meer te maken heeft met het feit dat we onszelf als mens zijn kwijtgeraakt. Dat gaat verder dan een psychologische duiding van de mentale en emotionele problemen die mensen tegenkomen. Het gaat over de menselijke existentie.

Perspectief

Ondertussen was ik in contact gekomen met Jeanet Hamstra van Uitgeverij Zilt. Zij was enthousiast over de interviews en het thema van maatschappelijke transities, en gaf mij de kans om een boek te schrijven. Ik wist al vrij snel wat het voor een boek moest worden: het moest een hoopvol boek worden dat mensen perspectief kon bieden te midden van alle polarisatie, onzekerheid en crisistaal.

Ik greep deze kans met beide handen aan. Een lastige beslissing was om mijn bedrijf tijdelijk on hold te zetten. Want de keuze om een boek te schrijven over de hele breedte van maatschappelijke transities hield ook in dat ik uiteindelijk zou moeten zoeken naar een ander, breder fundament voor mijn bedrijf. Bovendien was de thematiek die ik in mijn boek wilde behandelen zó complex dat ik daar mijn volledige aandacht voor nodig had. Want we kunnen wel zeggen: alle maatschappelijke crises hangen met elkaar samen, maar hoe zit dat dan precies? Wat betekent dit voor het zoeken naar oplossingen? Hoe kunnen mensen in uiteenlopende posities ontdekken op welke wijze zij verschil kunnen maken? Hoe kunnen ze verder komen met hun inhoudelijke, morele, emotionele, existentiële en dialogische transitievragen? Hoe ziet die zoekruimte eruit en welke handvatten zijn er?

Daarnaast had ik, door het lezen van talloze boeken in uiteenlopende wetenschappelijke disciplines, inmiddels een multidisciplinair perspectief op transitie ontwikkeld. Ook dat verdiende een aandachtige uitwerking. Ik was tot de overtuiging gekomen dat een multidisciplinaire benadering veel te bieden heeft, omdat het ons stimuleert om te spelen, om vraagstukken telkens vanuit een andere invalshoek te bekijken, en om open en nieuwsgierig te blijven. Dat is belangrijk, omdat er bij maatschappelijke transities geen koninklijke weg is. Niemand heeft de wijsheid in pacht, al is het alleen maar omdat we allemaal met één been in het oude staan. We zijn allemaal gevormd - gesocialiseerd - in oude systemen. Maar tegelijkertijd hebben we wel de uitdaging om uit oude sporen te blijven en te voorkomen dat we aan symptoombestrijding doen in plaats van wezenlijke systeemveranderingen door te voeren.


De keuze om mijn bedrijfsactiviteiten een bepaalde periode te parkeren vond ik heel moeilijk, vooral omdat ik als ondernemer nog maar eigenlijk net begonnen was. Maar het appel van de wereld - de roep om hoop en perspectief - was sterker. En dus regelde ik wat ik moest regelen om dit boek te kunnen schrijven. 
Uiteindelijk heb ik anderhalf jaar fulltime gewerkt aan mijn boek. Voor mij persoonlijk betekende het schrijven van een boek dat ik voor het eerst in mijn leven een vrije ruimte had om mijn gedachten en observaties uit te werken. Ik heb natuurlijk eerder gewerkt als onderzoeker en in het verlengde daarvan publicaties geschreven. Maar als onderzoeker moest ik werken binnen bepaalde normatieve grenzen, die te maken hebben met wat het betekent om 'goed' onderzoek te doen maar ook met de belangen van de vakgroep waarvoor je werkt. Ik heb altijd moeite gehad met deze grenzen, onder meer met betrekking tot dominante wetenschappelijke paradigma's en methoden van onderzoek. 
Maar als schrijver, echter, vielen deze normatieve grenzen weg. Ik had de ruimte en nam deze ruimte. En daardoor bloeide ik zelf op.

Liefde en het lege midden

Het schrijven van mijn boek was een prachtige reis op zichzelf. In aanvulling op de interviews in Volzin interviewde ik nog meer pioniers, inspirators, activisten en systeemveranderaars: Aniek Moonen, oud-voorzitter van de Jonge Klimaatbeweging; Dirck Slabbekoorn, filiaalhouder en sociaal ondernemer; Bieke Jongejan en Sanne Boekel, GGZ-activisten; Kees Klomp, activistisch onderzoeker; en Gilberto Morishaw, changemaker. Ook sprak ik met Willemijn van der Tas, die voor haar afstudeeronderzoek aan de kunstacademie een prachtig onderzoek had gedaan naar prestatiedruk bij jongeren en jongvolwassenen.

Gedurende het schrijfproces werd het mij steeds duidelijker wat mijn eigen rol zou kunnen zijn in relatie tot maatschappelijke transities. Het concept van nataliteit en daarmee de uniciteit van mensen stond al centraal. Maar ik merkte steeds meer dat ik als cognitief psychologe naar de thematiek keek.
Toen ik in de jaren 90 psychologie studeerde, was ik het meest gefascineerd door kenniselicitatie en kennisrepresentatie. Kort gezegd gaat het hierbij om het in kaart brengen van specifieke kennis en expertise over een bepaald gebied, en die zodanig representeren dat die hanteerbaar wordt. Bij het schrijven van mijn boek had ik dan ook aldoor in mijn achterhoofd dat ik eigenlijk bezig was om een soort landkaart te creëren: waar gaat het over bij maatschappelijke transities, hoe kunnen we leren om daarnaar te kijken en daarover na te denken, welke handvatten zijn er om als uniek individu je weg te vinden? En daarbij wilde ik expliciet over de grenzen van vakgebieden heen kijken en verschillende perspectieven bij elkaar brengen.

Meer concreet betekende dit dat ik op zoek ging naar cognitieve instrumenten die mensen konden helpen om denkprocessen over maatschappelijke transities te ondersteunen.
Zo ontwikkelde ik een model waarmee ik inzichtelijk proberen te maken hoe de diverse crises van onze tijd logisch met elkaar samenhangen. 
Ik creëerde een multidisciplinair kijkvenster, waarmee we telkens op een andere manier naar maatschappelijke transities en concrete vraagstukken kunnen kijken.

Ik ontwierp een model waarmee mensen kunnen leren uitzoomen van de leefwereld naar de systeemwereld, niet alleen op het niveau van praktische mechanismen maar ook de meer filosofische mechanismen, die vaak wat die meer uit het zicht liggen. Dit model helpt ons onder meer om ‘het oude verhaal van onze tijd’ op het spoor te komen.
En ik bedacht een model rondom hoopvol handelen - een concreet handelingsperspectief voor mensen, met uiteenlopende vragen en in uiteenlopende posities, die verschil willen maken in een wereld vol verandering.

Waar ik ook van genoot, waren de diverse contacten die ontstonden rond om het schrijfproces. Zo kreeg ik toestemming om in mijn boek materiaal te gebruiken van mensen die ik zeer bewonder, waaronder Isabella Tree, auteur van het fantastische boek Verwildering. [13]
Maar er waren ook prachtige inhoudelijke ontdekkingen. Een bijzondere ontdekking was dat hoopvol handelen een ‘leeg midden’ heeft. Als we ons willen inzetten voor een gezondere, duurzamere een rechtvaardige wereld is dat niet alleen een kwestie van doen, maar ook van niet-doen, niets-doen en inactief zijn. [14] De kers op de taart was de ontdekking dat sommige wetenschappers liefde zien als de belangrijkste drijvende kracht achter maatschappelijke transities. [15] Ik kon dat herkennen in de interviews in mijn boek – en in mijzelf.

De Milde Organisatie

Op 1 maart 2024 was het boek gereed en ik stuurde het op naar mijn uitgever. De titel was:  "Perspectief: Hoop houden en verschil maken in een wereld vol verandering". Het was een dik en grondig werk geworden.

Door het schrijven van mijn boek was het mij duidelijk geworden dat ik me wilde richten op het toerusten van mensen die zich bezighouden met maatschappelijke transities, via educatie, persoonsvorming en de ontwikkeling van leiderschap en spiritualiteit. Maar paste de bedrijfsnaam 'De Milde Organisatie' hier nog wel bij?

Het is antwoord is ja. Mijn visie is niet langer slechts het milder en menselijker maken van organisaties. Dit is nu opgenomen in een bredere visie, waarin ik een liefdevolle, rechtvaardige wereld voor ogen heb waarin niet alleen mensen maar ook dieren en de natuur kunnen floreren. Dit klinkt idealistisch, en dat is ook de bedoeling. Idealisme is belangrijk, zo heb ik geleerd van de moraalfilosofe Susan Neiman (die overigens ook uitgebreid aan bod komt in mijn boek). Ze zegt: om morele helderheid te ontwikkelen hebben we een inzicht nodig in hoe de dingen nu zijn (Ist) maar ook in hoe dingen zouden moeten zijn (Soll). [16] Deze helderheid stelt ons in staat om te weten wat we kunnen en moeten doen.


De Milde Organisatie past als bedrijfsnaam nog steeds bij mij, omdat mildheid wat mij betreft een belangrijke sleutel vormt in transitieprocessen. Soms is het nodig om boos te zijn en in verzet te komen. Maar zonder mildheid gaat het niet, omdat dit ons in staat stelt om uit een wij-zij spagaat te komen. Uiteindelijk moeten we maatschappelijke transities met elkaar volbrengen. Dat betekent dat we het er met elkaar over moeten hebben en elkaar moeten leren verstaan. 
Ook heb ik in de afgelopen jaren geleerd dat de oude systemen, waar we ons zo boos en wanhopig over kunnen voelen, uiteindelijk door en door menselijk zijn. Het is belangrijk dat we dit kunnen zien en voelen, omdat we dan veel meer innerlijke ruimte tot onze beschikking hebben om dingen echt anders te gaan doen. Boosheid, angst en machteloosheid daarentegen maken onze innerlijke ruimte heel klein.

 

Wat mij drijft in mijn bedrijf, is deze mildheid en de overtuiging dat dit belangrijk is voor wat we met elkaar te doen hebben.
Daarnaast word ik gedreven door een besef van verantwoordelijkheid. Er staat veel op het spel in de wereld waarin we leven, voor mens, dier en aarde. Ook ik heb hierin iets te doen en daarvoor wil ik me zo goed mogelijk inzetten.
Een andere drijfveer is het appel dat uitgaat van mensen in hun zoektocht naar hoop en perspectief. Ik voel dat appel, en voel me geroepen om daar op mijn eigen unieke manier iets goeds in te betekenen.
Tenslotte is ook mijn nieuwsgierigheid een belangrijke drijvende kracht, omdat dit me ertoe aanzet om elke keer weer op zoek te gaan naar nieuwe perspectieven, inzichten en bronnen van hoop. Ik geniet intens van de entdeckungsfreude die hierin meekomt, in het besef dat er in de kern altijd iets is dat wijkt en buiten ons kenvermogen valt. [17]

Maar ook voor mij geldt dat het soms een uitdagende tijd is om in te leven. Ook ik voel me soms overmand door verontrustende berichtgeving, de polarisatie en de chaos. 

Heel blij ben ik dan ook dat ik mijn bedrijf heb kunnen vestigen in een klooster: het Dominicanenklooster Huissen, tussen Arnhem en Nijmegen. Deze kloosteromgeving helpt me elke keer opnieuw om mijn eigen middelpunt te vinden en weer te voelen waar het om gaat. Het helpt me om dat belangrijke 'lege midden' op het spoor te komen. Bovendien is het een uitgelezen plek om mensen te ontmoeten en met elkaar in gesprek te gaan.

Nieuwsgierig geworden?Je bent van harte welkom in Huissen!
Neem hier contact met me op om een afspraak te maken.


This is the changing of times.

It has been said that the people
will start to arise
and go against all of the things
that have been said and done
and start that change.


There is a love that comes with being human
and caring about other people
we only have to feel that.


That is our potential
whether we know it or not.


- Nowaten, He-Who-Listens [18]

Verder lezen

Bio

Op zoek naar een korte bio? Deze vind je hier:

Visie en missie

Waarom heb ik mijn bedrijf 'De Milde Organisatie' genoemd? Wat zijn mijn visie en missie? En waarom is mijn bedrijf in een klooster gevestigd?

Werkwijze

Wat is mijn werkwijze? Welke rollen vervul ik? En wat is de betekenis van de term 'transitiepsychologie'?

Referenties

  1. Zie bv: McKinsey Health Institute. (2022). Addressing employee burnout: Are you solving the right problem? https://www.mckinsey.com/mhi/our-insights/addressing-employee-burnout-are-you-solving-the-right-problem
  2. De term 'systeemintelligentie' kwam ik voor het eerst tegen in: Van 't Hek, J., & Van Oss, L. (2021). Seven of Nine: Onmacht voelt onpersoonlijk, maar is niet individueel. Coachlink magazine, 15, 30 – 34. p. 34. https://issuu.com/boomamsterdam/docs/clm15_issuu_lr
  3. Stoof, A. (2022). Schaamte op de werkvloer: Invloed van management en meritocratie. Coachlink magazine, 17, 60 – 64. https://issuu.com/boomamsterdam/docs/coachlink_magazine_17/s/16038940
  4. Zie bv: Verhaeghe, P. (2012). Identiteit. Amsterdam: De bezige bij.
  5. Zie bv: Gooren, M., & De Koning, M. (2020). Hart voor de dokter: Met zelfcompassie aan het werk. Amsterdam: Warden.
  6. Rockström, J. et al. (2009). A safe operating space for humanity. Nature, 461 (472-475). https://www.nature.com/articles/461472a  
  7. Rotmans, J., & Verheijden, M. (2021). Omarm de chaos. Amsterdam: De Geus.
  8. De term agency wordt onder andere gebruikt in: Bandura, A. (2001). Social cognitive theory: An agentic perspective. Annual Review of Psychology, 52, 1–26.
  9. De term nataliteit is uitgewerkt in: Arendt, H. (2017). De menselijke conditie. Amsterdam: Boom.
  10. Stoof, A. (2022). Minder huis, meer leven. Volzin, 21/22 (12), 22-25.
  11. Stoof, A. (2023). Het is tijd voor nieuwe relaties. Volzin, 22 (2), 22-25. 
  12. Stoof, A. (2023). Hoe kunst de wereld kan redden. Volzin, 22 (3), 22-25.
  13. Tree, I. (2023). Verwildering: Terug naar de natuur op een Britse boerderij. Rotterdam: Lemniscaat. 
  14. De noodzaak van niet-doen, niets-doen en inactief zijn wordt uitgewerkt in: Han, B.-C. (2023). Vita contemplativa. Utrecht: Ten Have / De nieuwe wereld.
  15. Zie bv: Graamans, E. P. (2024). Laying the foundation for a second counterculture: A psychology of loving. Futures, 156. https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0016328723002124?via%3Dihub
  16. Neiman, S. (2008). Morele helderheid: Goed en kwaad in de 21e eeuw. Amsterdam: Ambo/Anthos. 
  17. We kunnen niet over alles beschikken, dus ook niet over kennis. En dat is maar goed ook. Zie: Rosa, H. (2022). Onbeschikbaarheid. Amsterdam: Boom.
  18. Het citaat van Nowaten is het motto van mijn boek en komt uit de bekroonde documentaire Down to earth (2016). Deze is online te bekijken: https://www.youtube.com/watch?v=FlTODxalakI